Natuur- en landschapsfotograaf Oli Wheeldon bespreekt de inherente uitdagingen van zijn vak
“Ik herinner me nog levendig het eerste moment dat ik een camera vasthield,” herinnert Oli Wheeldon zich, een filmmaker en fotograaf die gespecialiseerd is in het maken van content over de natuurlijke wereld. “Het was een bruiloft. Na een avond fotograferen wilde mijn oom zijn DSLR opbergen en toen vroeg ik of ik hem mocht gebruiken. Hij zei ja en ik herinner me dat dat het moment was dat het ging kriebelen.
“Ik genoot van het idee om een moment vast te leggen. Vooral op een bruiloft zijn er zoveel lichtjes en kleuren en mensen, dat je herinneringen kunt creëren. Die camera je handen, frames kiezen, momenten kiezen en aan de slag gaan met al deze aspecten van fotografie – ik was gegrepen.”
Kort daarna stortte Oli zich op het maken van beelden. “Ik wist toen nog niet wat ik wilde fotograferen, ik wist alleen dat ik van het proces hield,” blikt hij terug.

Dat verlangen om alle emotie van een scène in één beeld vast te leggen, kreeg een nieuwe impuls tijdens korte uitstapjes en reizen. “Ik begon foto’s te maken op vakantie en vond het gewoon leuk om dingen uit te werken,” legt Oli uit. “Hoe kan ik dit moment, dit licht, de temperatuur in één beeld vatten?
“Die uitdaging, vond ik, is de charme van fotografie omdat het een onmogelijke opdracht is. Het is onmogelijk om dat te bereiken – je kunt een plek niet in één enkel beeld vatten. Het is in zekere zin het plezier van de zoektocht.
“Dat breidde zich uit naar de natuur, want dat is mijn liefde: landschappen en de natuurlijke wereld. Ik wil delen wat ik mooi, interessant of dramatisch vind aan onze wereld. En het komt altijd weer neer op die uitdaging: hoe breng ik dit over in een beeld?”

Doelgerichte fotografie
Oli’s weg naar fulltime fotografie en filmmaken begon met een veel oudere kunstvorm. “Ik ging naar de universiteit om beeldende kunst te studeren, voornamelijk schilderen,” vertelt hij. “Ik schilderde landschappen van mijn eigen foto’s. Sociale media waren een katalysator omdat mijn foto’s toen een plek hadden om naartoe te gaan – voorheen bleven ze op mijn computer staan als referentie, maar plotseling moedigde dit platform je aan om deze bestanden te delen.”
Wat de dingen echt veranderde was Oli’s eerste bezoek aan Antarctica. “Om een lang verhaal kort te maken, ik had een uitnodiging voor een wedstrijd ontvangen om een reis naar een van de zeven continenten te winnen. Ik moest kiezen welk continent en uitleggen waarom ik wilde gaan. Tot dan toe had ik me niet gerealiseerd dat iedereen naar Antarctica kon gaan – ik dacht dat het alleen voor wetenschappers en ontdekkingsreizigers was.
“Ik won de wedstrijd niet, maar raakte gefixeerd op het idee; het zaadje was gezaaid. Ik wilde verder gaan dan wat ik tijdens mijn familievakanties had gedaan en reizen om ergens te fotograferen waar mijn foto’s iets zouden kunnen betekenen, aangezien er rond Antarctica veel bewustzijn moet worden gekweekt.
“Niet alleen op het gebied van klimaatverandering – ik ontdekte dat het Verdrag inzake Antarctica in 2041 vernieuwd moet worden, wat me bij de organisatie genaamd 2041 bracht, die mensen meeneemt naar Antarctica om over het milieu te leren. Toen ik erachter kwam, dacht ik meteen: ‘Oké, dit is iets voor mij. Ik moet dit doen – ik verleen mijn fotografiediensten aan dit initiatief.’”

Op zoek naar natuurlijke schoonheid
Sindsdien is Oli voor zichzelf begonnen en reist hij de wereld rond om foto’s en films te maken die mensen aanmoedigen om de natuur in te gaan.
“Het gaat om het delen van mijn liefde voor de wereld om ons heen,” legt hij uit. “Ik denk dat dit het hedendaagse equivalent is van kunstschilder zijn. Kunstschilders willen de wereld een visie laten zien van de wereld die zij zien. Ze worden om 4 uur ‘s ochtends wakker, zien het licht van de zonsopgang dat niemand anders te zien krijgt – en delen dat.
“Dat is mijn equivalent. Soms zijn het grootse landschappen – Yosemite, of de woestijnen van Abu Dhabi. Soms zijn het kleine details – de manier waarop het water zich rond een rots buigt of de manier waarop een blad het licht vangt. Het hoeft niet groot of klein te zijn. Het gaat over het laten zien van deze geweldige wereld waarin we leven, in de hoop anderen te inspireren om te reizen en eropuit te trekken.
“Dat is mijn grootste verbindende boodschap – ik wil dat andere mensen de wereld zien en ervan houden, en hem hopelijk ook beschermen.”
Hoewel grootse landschappen zeker een belangrijk deel uitmaken van zijn werk, benadrukt Oli dat je van alle aspecten van de natuur kunt genieten.
“Ik wil niet dat het ontoegankelijk is, nooit. Ik wil niet in een exclusieve wereld leven,” benadrukt hij. “Ja, ik zou naar een geweldige plek als Antarctica kunnen gaan, maar ik kan ook naar mijn achtertuin gaan en daar een prachtig blad zien – dat was trouwens een van mijn favoriete momenten tijdens een recent lanceringsevenement van Fujifilm.
“Ik gebruikte de FUJIFILM GFX100S II met de FUJINON GF500mmF5.6 R LM OIS WR en maakte deze foto van een blad. Het is een van de meest dierbare foto’s die ik ooit heb gemaakt – alles kwam perfect samen in een piepklein venster dat ik vervolgens kon fotograferen met een enorme lens op een enorme camera. Het is een mooie metafoor voor dat gevoel – schoonheid is overal om ons heen als je weet waar je moet kijken.”

De beste apparatuur voor landschapsfotografie
“Ik reis graag licht met zo min mogelijk spullen. Daarom ben ik destijds overgestapt op Fujifilm. Ik wilde zo weinig mogelijk apparatuur maar wel een betere beeldkwaliteit, dus stapte ik over op de FUJIFILM X-T1,” herinnert Oli zich. “Het was even schrikken hoe klein hij was, maar veel van mijn favoriete foto’s ooit zijn gemaakt met de X-T1.
“Ik gebruik mijn FUJIFILM X-H2S nu voor alles – het is een hybride beest. Onlangs had ik een opdracht op Tenerife en het natuurlijke licht vervaagde terwijl de lichten van de stad aangingen. Ik had geen statief om de foto goed te maken – maar ik wist dat als ik stil genoeg kon staan, ik mijn sluitertijd onder 1/20 sec. kon zetten en dat de foto scherp zou zijn dankzij de beeldstabilisatie binnenin de behuizing (IBIS).
“Ik vind het ook geweldig hoe stevig de X-H2S is – ik kan hem gewoon in een rugzak gooien. Hij is in woestijnen, regenwouden en op Antarctica geweest. Hij is overal geweest, heeft alles overleefd wat ik hem heb aangedaan en blijft presteren. Het is een perfecte camera voor mij.”

Als het op lenzen aankomt, weet Oli een balans te vinden tussen een breed scala aan brandpuntsafstanden zonder overbelast te raken. “Ik werk meestal met primes, als de omstandigheden het toelaten,” legt hij uit. “Ik gebruik de FUJINON XF16mmF1.4 R WR, XF35mmF1.4 R en de XF50-140mmF2.8 R LM OIS WR – dus ik heb een brede prime, een scherpere prime en een zoom van 50 mm tot 140 mm, wat geweldig is, vooral met de stabilisatie. Dat is mijn kit met drie lenzen.
“Als ik naar een bijzonder interessante plek ga, gebruik ik soms een grotere lens. Toen ik naar Ecuador ging, had ik de FUJINON XF150-600mmF5.6-8 R LM OIS WR en de XF30mmF2.8 R LM WR Macro voor insecten en zo.
“Het hangt van de situatie af, maar ik heb geleerd om een lens niet links te laten liggen, omdat de situatie waarvoor je hem nodig hebt zich onvermijdelijk voordoet. Ik probeer altijd zoveel mogelijk bij me te dragen. Sommige mensen nemen één lens mee en genieten van de uitdaging om alles daarmee vast te leggen, maar dat sta ik mezelf niet toe – ik heb te veel FOMO,” lacht Oli.

De benadering van een purist
Oli’s achtergrond in de beeldende kunst heeft hem een unieke kijk gegeven op de eerlijkheid van fotografie. “In de schilderkunst begrijp je hoe ver mensen gaan om het echte beeld te veranderen, omdat dat mag,” merkt hij op. “Er is veel artistieke vrijheid om een telegraafpaal of een vuilnisbak te verwijderen.
“Landschapsfotografen kunnen dat ook doen, maar ik denk dat het verantwoordelijkheidsgevoel iets groter is om de locatie correct weer te geven. Ik zou nooit ergens een foto willen maken die iemand inspireert om die plek te bezoeken, maar als ze daar dan aankomen ligt het vol met telefoondraden en kabels die ik uit de foto heb geknipt,” vervolgt hij.
“Veel mensen nemen creatieve vrijheid met hun fotografie. Persoonlijk bewerk ik foto’s van landschappen en reizen het liefst zo min mogelijk. Ik weet niet of mijn ervaring met schilderen ervoor heeft gezorgd dat ik fotografie als een aparte kunstvorm zie.
“Deze herinnering van de universiteit is me sterk bijgebleven. Ik schilderde landschappen vrij realistisch en mijn mentor zei: ‘Waarom? Wat breng je hiermee over dat je niet met een foto had kunnen doen?’

“Het was een zeer goed punt; ik had geen antwoord. Ik vond het landschap mooi en dacht dat mensen het misschien meer zouden waarderen als schilderij. Maar wat ik eigenlijk deed was 30 uur besteden aan het schilderen van iets waarvan ik al een foto had. Daarom ben ik meer een purist geworden in mijn fotografie.”
Met het verlangen om de ware grootsheid van elke scène waar hij zijn lens op richt aan de man te brengen, heeft Oli zijn gedachten laten gaan over wat de grootste uitdagingen zijn voor landschapsfotografen.
“Ik ben in de Grand Canyon geweest, ik ben op Antarctica geweest – al deze geweldige plaatsen – maar niets kan je voorbereiden op de schaal van deze landschappen. Ze zijn zoveel groter dan je je kunt voorstellen.”

“Iets nieuws voor mij is het omarmen van een telelens en het vinden van een klein detail of een interessante hoek. Dat kan een gevoel van schaal geven door de lenscompressie van die berglagen, bijvoorbeeld. Ik vind het leuk om deze kleine frames en composities te vinden binnen het grotere landschap die je een idee geven van de schaal, het licht en de textuur.”
In veel gevallen is een klassieke schildercompositie echter de beste optie. “Ik zoek naar een voorgrond, middengrond en achtergrond omdat dat een betere kans geeft om een gevoel van schaal over te brengen,” legt Oli uit. “Dat is een van de belangrijkste dingen, maar zoals ik al zei, het is onmogelijk om te bereiken.”